Gamelan uit Midden Java

Maatschappelijk perspectief
Hindoeïsme, Boeddhisme en Islam
Ontstaan van de hoven van Surakarta en Yogyakarta
Geschiedenis van de gamelan

Ontstaan van de hoven van Surakarta en Yogyakarta
De Portugezen verschenen begin 16e eeuw en de Nederlanders aan het eind van de 16e eeuw. Na de dood van Sultan Agung, de laatste sultan die de Nederlanders de oorlog verklaarde doch 2 maal werd verslagen (1628 en 1629) werden Javaanse heersers uiteindelijk meer en meer afhankelijk van het Nederlands kolonialisme. Het instemmen van de Nederlanders in de vorming van koninkrijken op midden Java was eigenlijk een poging om de oorlogen een halt toe te roepen. Wat had zich namelijk afgespeeld :

Tussen 1755 en 1757 kwam er een einde aan de verschillende burgeroorlogen op Java die het gevolg waren van de Chinese opstand. Dit resulteerde in de slachtpartij op de Chinezen in 1740 door de Nederlanders en was het directe gevolg van een slecht en corrupt immigratie beleid. In feite was er helemaal geen immigratie beleid omdat het de Chinezen waren die de drijvende kracht achter de stadshandel vormden. In de achttiende eeuw was meer dan de helft van de bevolking van Batavia van Chinese afkomst en goed vertegenwoordigd in het economisch leven van de stad.

Kapitein Tack

De alsmaar groeiende stroom Chinezen vanaf eind zeventiende eeuw, in combinatie met een teruglopende economie, veroorzaakte werkloosheid en misdrijf. Onderdrukking was het enige antwoord van de VOC en deze houding resulteerde in de verschrikkelijke slachtpartij van 1740. De overgebleven Chinese rebellen richtten hun aandacht op de belegering van verschillende langs de noord Javaanse kust gelegen steden, met succes. Dit leek de kans om zich te ontdoen van het VOC en Sunan Paku Buwana II van het hof van Kartasura sloot zich uiteindelijk aan bij het Javaans-Chinese rebellenleger. Verschillende steden werden ingenomen maar het was duidelijk dat de oorlog een keerpunt nam toen de belegering van Semarang mislukte. Na zware kritiek wendde Paku Buwana zich weer tot de VOC en vroeg vergeving voor zijn daden. Dit gedrag beviel de rebellen niet en zij richten hun frustratie af op zijn paleis in Kartasura in 1742. De Nederlanders versloegen uiteindelijk de rebellen en herstelde Paku Buwana II in zijn koningschap. Vanwege de verwoesting van zijn verblijf in Kartasura verhuisde Paku Buwana naar Surakarta en zo ontstond het hof van Surakarta..

Het hof van Surakarta ofwel Karaton Surakarta Hadinigrat

Maar het was nog niet gedaan met de oorlog want de neef van de koning (Mas Said) en de halfbroer van de koning (Pangeran Singasari) vervolgde hun opstand en richten zich nu tegen Paku Buwana II en zijn opvolger Paku Buwana III. De situatie verslechterde toen ook de broer van de koning (Mangkubumi) zich bij de rebellen voegde. Na een bijna permanente burgeroorlog sinds de Chinese opstand begonnen de onderhandelingen tussen de verschillende partijen en sloot koning Mangkubumi in 1755 met de VOC het Verdrag van Giyanti, en verzoende zich met Paku Buwana III van Surakarta. Mangkubumi kreeg de helft van het koninkrijk en vestigde zijn hof in Yogyakarta

 

De Kraton van Yogyakarta, gebouwd door Hamengku Buwana I

Hij regeerde onder de naam Sultan Hamengku Buwana I en de Javaanse dynastie had eindelijk een wijze en respectabele vorst in Yogyakarta. Het Mataram koninkrijk werd definitief gesplitst in twee hoven, de Susuhunan van Surakarta onder leiding van Paku Buwana III en de Kasultanan van Yogyakarta onder leiding van Hamengku Buwana I.  De splitsing was slechts deel van de totale oplossing want ook Mas Said regeerde in zijn eigen gebied. Het was voor Mas Said duidelijk dat hij niet machtig genoeg was om het Mataram koninkrijk te veroveren en hij legde zich neer bij onderhandelingen met de Nederlanders. In 1757 resulteerde dat in de vestiging van het hof van Mangkunegaran

 

De Pendapa Agung , Istana Mangkunagaran van Surakarta

 

Fragment van de Babad Mangkunagara, een Javaanse kroniek waarin de daden van Mas Said zijn opgetekend

Onderlinge geschillen en overheersing van het ene op het andere hof werd door de Nederlanders nauwlettend in het oog gehouden.

Tijdens het begin van de negentiende eeuw zorgde de oorlog in Europa ervoor dat de Nederlanders de controle in Java verloren. Na de overgave van de Nederlanders aan de Engelsen in de eerste Napoleontische oorlog werd Java overgedragen aan de Britten. De korte Britse politieke interventie zorgde voor een verdeling van het hof van Yogyakarta als gevolg van conflicten tussen Hamengku Buwana II en de Britse regering. De Britten werden bijgestaan door een oom van de sultan (Natakusuma) en veroverde het hof in 1813. Natakusuma werd door de Britten toegestaan zijn eigen
hof van Paku Alaman te vestigen. Hamengku Buwana II werd verbannen naar Penang en zijn zoon werd de nieuwe sultan van Yogyakarta.
 

Paleis van Paku Alaman ofwel Puro Paku Alaman

Deze permanente verdeling van het Mataram koninkrijk in twee grotere en twee kleinere hoven leidde natuurlijk tot het zoeken naar een eigen identiteit in de gebruiken, rituelen en artistieke expressie. Rivaliteit was intens, in het bijzonder tussen de Kasunanan van Surakarta en de Kasultanan van Yogyakarta, zodat men het noodzakelijk vond om zich te onderscheiden op allerlei manieren variërend van kleding tot uitvoerende kunst. Er was een duidelijk onderscheid waar te nemen tussen de gamelan stijlen maar het is moeilijk om te bepalen welke stijl nog het meest overeenkomt met de oudere (Mataram) stijl van voor de splitsing.

De algehele mening is dat tijdens de 18e eeuw steeds meer aandacht en prestige werd toebedeeld aan de hoogte van de hofkunst dan aan het hof zelf. Uiteraard straalde de hoge verfijning van muziek, dans en voordracht uit over het hele hof en dus werd de status van de koninklijke familie langzamerhand afgelezen aan het niveau van de uitvoerende kunstvormen en daarmee dus ook de verfijning van de gamelanmuziek.

 

Bedhaya Duradasih. Deze dans is gecreëerd door Paku Buwana IV van de Keraton Surakarta. Naast de schoonheid van de bewegingen, teksten en muzikale begeleiding heeft deze bedhaya de boodschap dat iedereen in staat zou moeten zijn zijn/haar verlangens te beheersen om naar perfectie te streven.

VERDER