java_gam_nl

Gamelan instrumenten uit Midden Java

Een gamelan is een orkest, een set bij elkaar behorende instrumenten, die als set wordt vervaardigd en gestemd. In het orkest komen verschillende typen instrumenten voor, die ieder een eigen naam hebben.

Slaginstrumenten met bronzen toetsen en ketels vormen het grootste deel van het orkest. Er zijn kleine keteltjes met een diameter van 14 centimeter, tot grote gongs van bijna een meter doorsnede. Naast het brons komen er snaarinstrumenten, tweevellige trommen, een xylofoon, een bamboefluit en zangstemmen voor.

Een compleet middenjavaans gamelanorkest bestaat uit twee sets, één in de slendro en een in de pelog toonschaal, twee zeer verschillende toonreeksen (zie geluidsvoorbeeld onder Media / Audio).

Brons - een legering van koper en tin - is duur, doordat tin zeer kostbaar is. Als een bronzen gamelan niet haalbaar is wordt soms voor ijzer en/of koper gekozen.

Gamelan betekent 'dat wat wordt geraakt of (aan)geslagen'.

Beknopt overzicht van de meest gebruikelijke instrumenten in een midden Javaans gamelan orkest.

 

page_javainstr_1c

K.P.H. Notoprojo, beroemde Javaanse rebab speler, foto Tropenmusuem Amsterdam

 

rebab
De rebab is een 2-snarig strijkinstrument met een bijna hartvormige klankkast, bespannen met een vel. De koperen snaren worden in een kwint gestemd voor zowel slendro als pelog. De strijkstok wordt onder het spelen met de hand gespannen. De rebab is de melodische leider van de gamelan, die door melodische cues overgangen naar andere gedeelten aangeeft.
De rebab wordt alleen door ervaren gamelanspelers bespeeld. Het timbre doet denken aan de menselijke stem.

 

 

page_javainstr_2c

kendhang kalih, dat is de kendhang Ageng (groot) en de ketipung (klein) bij elkaar, foto Gamelanhuis

kendhang
Wie kendhang speelt bespeelt een set van drie tweevellige trommen, die met de handen worden aangeslagen: de ketipung (de kleinste van de drie), de kendhang ciblon (middenmaat) en grootste kendhang gendhing. De trommen kunnen afzonderlijk maar ook gecombineerd bespeeld worden. Een gangbare combinatie is ketipung en kendhang gendhing (kendhang kalih, kalih = twee).
De kendhangspeler is de metrische / ritmische leider van het orkest: de trompartij bepaalt begin en einde, tempo, overgangen naar andere structuren of andere stukken, dynamiek en speelwijze. 

 

 

page_javainstr_3c

kendhang ciblon, foto Fir0002/Flagstaffotos

ciblon

De ciblon is een middelgrootte trommel, waarbij het ene vel groter is dan het andere, die gebruikt wordt voor complexere ritme patronen. De ciblon wordt voornamelijk gebruikt in de meer levendige gedeeltes van een concert stuk. En bij dans en wayang horen we de ciblon regelmatig. Patronen op de ciblon zijn daarom vaak erg complex en moeilijk te beheersen. Het woord ciblon komt van een Javaans waterspel waarbij het water met verschillende handvormen wordt geslagen om verschillende geluiden en complexe ritmes te creeren. Vanwege de complexiteit is spelen van Ciblon geschikt voor de meer gevorderde gamelan speler.

 

 

page_javainstr_4c

saron, foto Gamelanhuis

saron

De balungan of de kernmelodie wordt gespeeld op de saron instrumenten. Er zijn er drie verschillende saron. Een hooggestemde saron peking, een middelgrote gestemde saron barung en een laag gestemde saron demung. Het enige andere balungan instrument is de slentem. Deze vier instrumenten hebben een bereik van vier octaven. De saron wordt met een houten hamer bespeeld.

 

 

page_javainstr_5c

slenthem, foto Gamelanhuis

slenthem
De slenthem is een balungan (kernmelodie) instrument. Vanwege het lage octaaf en de doorzingende toon ondersteunt de slenthem de rest van het orkest als ware er een ondergrond of basis (bas) om op te kunnen bouwen.

 

page_javainstr_6c

Pak Al Suwardi op gender, foto Kathryn Emerson

gender
De gender lijkt erg veel op een slenthem maar heeft een bereik van 2 1/2 octaaf. Het bespelen van een gender is moeilijker dan het bespelen van een saron of slenthem. De speler speelt met een hamer in beide handen. Dit instrument wordt beschouwd als één van de mooiste instrumenten in de gamelan. Naast de 'gewone' gender is er ook een gender panerus die een octaaf hoger is gestemd.

 

 

page_javainstr_7c

gambang, Wouter Scheen, Dusseldorf

gambang
Dit instrument combineert de snelheid van de gender panerus met het twee-handig bespelen van de gender barung. Er is geen demping van de toetsen noodzakelijk zoals bij de andere toets-instrumenten omdat hout minder lang doorklinkt. Een goede speler gebruikt steeds interessanter wordende vaste patronen (cencoks). De houten resonantieklanken komen goed tot hun recht in de zachte en langzame gedeelten zoals pathetan en palaran.

 

 

page_javainstr_8c

bonang barung en bonang panerus, foto Gamelanhuis

bonang
De bonang bestaat uit een 'bed' van ketels. Eigenlijk zijn er twee bedden met ketels. Het eerste bed is laag gestemd en heet bonang barung. De hooggestemde bonang heet bonang panerus. Om de richting van de melodielijn aan te geven speelt de bonang barung een weinig vooruit op de eigenlijke balungan (melodielijn). Daarbij worden ritmische variaties met de bonang panerus uitgevoerd (cencoks). Er zijn specifieke muziekstukken geschreven voor deze instrumenten. Deze heten "Gendhing Bonang" zoals bijvoorbeeld "Gendhing Bonang Babar Layar".

 

 

page_javainstr_9c

gong ageng of grote gong, foto Unesco

gong ageng of gong gede
Alle gong-instrumenten verzorgen interpunctie binnen de gamelanmuziek. De uitzondering hierop is de bonang. Zowel gong ageng (grote gong) als gong suwukan en kempul geven het begin/einde aan van een bepaalde frase binnen een muziekstuk. De gong ageng is bijna altijd te horen bij het begin en einde van een stuk. Dit zware en ook duurste instrument varieert in grootte van gamelan tot gamelan. De diameter is minimaal één meter. Het spelen van de Gong Ageng lijkt makkelijk maar er is maar één moment waarop hij moet worden geraakt.

 

page_javainstr_10c

 Gongs "Suwukan" rechtsonder(2) en linksonder (1) en daartussen kempuls 5 en 6. Erboven kempuls 1,2 & 3

gong & kempul partij
De kleinste gong heet kempul en klinkt op kleinere frases dan de grotere ageng en suwukan. Oorspronkelijk was er slechts één kempul maar tegenwoordig zijn er voor alle tonen een aparte kempul. De gong suwukan wordt gespeeld als vervanging voor de grote ageng en is in slendro gestemd op 2. Een eventuele tweede suwukan is dan gestemd op slendro 1. Gongs hebben een "knobbel" om te raken genaamd "Pencon gandhul".

page_javainstr_11c

slendro en pelog kenong, foto gamelanhuis

kenong
Kenong instrumenten liggen op gedraaide touwen in een houten frame. Oorspronkelijk was er slechts één kenong maar met het ontwikkelen van de gamelan muziek is er voor elke toon een aparte kenong. Het zijn eigenlijk 'liggende' gongs. Het spelen van kenong beperkt zich meestal niet tot een enkele ketel. Een uitgebreide slendro/pelog set heeft rond de 10 kenongs.
(Pencon pangkon)

page_javainstr_12c

ketuk, foto gamelanhuis

page_javainstr_13c

kempyang, foto gamelanhuis

ketuk & kempyang
Ketuk is een kleine liggende gong (20cm diameter) die meestal door de kenong speler wordt gespeeld. De stemming is in slendro een 2 of in pelog een 6. De kempyang is hoger gestemd dan de ketuk en wordt altijd samen met de ketuk gespeeld. De ketuk kan echter wel zonder kempyang worden bespeeld. De "knobbel" ligt boven en heet dus Pencon pangkon.

page_javainstr_14c
links een suling in pelog schaal, recht in slendro

suling
De suling is in feite een bamboe fluit. Het doel van van suling ligt vaak in de anticipatie van de melodielijn. De sulingpartijen zijn moeilijk vast te leggen in notatie maar hebben een zekere mate van vrijheid ten opzichte van de andere instrumenten. Misschien is de beste manier om de suling partij te begrijpen is je voor te stellen dat als de rebab de menselijke stem immiteert, de suling een vogel immiteert.

 

page_javainstr_15c

De celempung is een orkest siter die in het algemeen niet mee gaat op toernee, foto Europeana colections.
Op toernee wordt meestal een kleine siter gebruikt

Siter

De naam siter komt van het Nederlandse citer en dat is weer afgeleid van het Griekse Kithara, een snaarinstrument uit de Griekse oudheid. Het snaarinstrument wordt met twee handen bespeeld en bestaat uit een klankbodem, vaak een kast, bespannen met meerdere snaren. Elke snaar wordt dubbel uitgevoerd en op een gemiddelde siter bevinden zich 12 tonen en dus 24 snaren. Er zijn verschillende uitvoeringen van de siter. Een kleine is handig om mee te nemen bij vervoer. Maar de celempung is een mooi uitgevoerde siter die vaak een vaste plek heeft.

 

page_javainstr_16c

kemanak, foto Tropenmuseum Amsterdam

kemanak

Kemanak is een slaginstrument. Het zijn twee banaanvormige holle slagbekkens met in het midden over de bolle kant een spleet. De rug van een kemanak wordt tegen de gespleten bolle kant van de ander getikt. Dat proces wisselt zich af en geeft zodaing twee verschillende tonen. Het is een instrument, messing of brons, met hele specifieke taak. Je hoort het meestal in dansbegeleiding zoals bedhaya of srimpi.

 

page_javainstr_17c

bedug of bedhug, Berlijn, foto Gamelanhuis

bedug

Bedhug is een gehangen drum met twee huiden van waterbuffels. Lengte is tussen 60 en 80 cm. Bedhug wordt gebruikt in plechtige stukken zoals bijvoorbeeld in een aantal sekaten (ceremoniele stukken). Bedhug geeft namelijk een behoorlijk geluid en is daarom geschikt voor formele en statige sfeer.

 

page_javainstr_18c

sindhen, de getalenteerde mbak Peni Candra Rini, foto Gamelanhuis 2005

 

vocalen

Naast de instrumenten worden er ook gezongen en je mag stellen dat dat gebeurt in ongeveer driekwart van alle muziek stukken. Zowel dames als heren zingen in koor maar er wordt ook erg veel alleen gezongen zowel met als zonder begeleiding. Een bawa wordt helemaal solo gezongen zonder enige begeleiding. Maar in een bedayaan is het de bedoeling dat zoveel mogelijk vocalen aanwezig zijn.

 

 

Harry Willemsen